maandag 16 september 2024

BLUEBERRY HILLBILLIES - SOMETHING TO REMEMBER 1989

Engels

De band bracht nooit een LP uit, maar lanceerde twee singles: In Love en Something To Remember.
De band was een nevenproject van Soulsister en Jan Leyers in het bijzonder. Aan de single werkten verschillende artiesten mee, maar Leyers neemt de zang voor zich. Het lied is geschreven voor de film Blueberry Hill (1989), een prent van Robbe De Hert. Een piepjonge Michael Pass speelde de hoofdrol in deze film, en siert de cover van de single.

BLUEBERRY HILLBILLIES - IN LOVE 1989

Engels

De band bracht nooit een LP uit, maar lanceerde twee singles: In Love en Something To Remember.
De band was een nevenproject van Soulsister en Jan Leyers in het bijzonder. Aan de single werkten verschillende artiesten mee, maar Leyers neemt de zang voor zich. Het lied is geschreven voor de film Blueberry Hill (1989), een prent van Robbe De Hert. Een piepjonge Michael Pass speelde de hoofdrol in deze film, en siert de cover van de single.

DUANE EDDY - BECAUSE THEY'RE YOUNG 1960

Engels

dinsdag 10 september 2024

BOBBY SOLO - UNA LACRIMA SUL VISO 1965

Italiaans

"Una lacrima sul viso" is een single van de Italiaanse zanger Bobby Solo. Met dit nummer nam hij in 1964 deel aan het Festival van San Remo. Hij won niet maar het lied werd wel een internationale hit.

maandag 9 september 2024

TAB HUNTER - YOUNG LOVE 1957

Engels

Tab Hunter (geboren als Arthur Andrew Kelm; 11 juli 1931 - 8 juli 2018)[2][3] was een Amerikaans acteur, zanger, filmproducent en auteur. Hunter stond bekend om zijn blonde haar en verzorgde uiterlijk en speelde in meer dan veertig films. Tijdens de jaren 1950 en 1960, in zijn twintiger en dertiger jaren, was Hunter een Hollywood hartenbreker, hij acteerde in talloze rollen en verscheen op de covers van honderden tijdschriften. Zijn belangrijkste films waren Battle Cry (1955), The Girl He Left Behind (1956), Gunman's Walk (1958) en Damn Yankees (1958). Hunter had ook een muziekcarrière aan het eind van de jaren 1950; in 1957 bracht hij een nr. 1 hitsingle “Young Love” uit. Hunter's autobiografie uit 2005, Tab Hunter Confidential: The Making of a Movie Star, was een bestseller in de New York Times.

BRENDA LEE - SOMEONE TO LOVE ME 1961

Engels

Brenda Mae Tarpley (geboren op 11 december 1944), professioneel bekend als Brenda Lee, is een Amerikaanse zangeres. Ze zong voornamelijk rockabilly, pop, country en kerstmuziek. Haar eerste Billboard hit scoorde ze op 12-jarige leeftijd in 1957 en ze kreeg de bijnaam “Little Miss Dynamite”. Enkele van Lee's meest succesvolle nummers zijn “Sweet Nothin's”, “I'm Sorry”, “I Want to Be Wanted”, “Speak to Me Pretty”, “All Alone Am I” en “Losing You”. Haar feestelijke nummer “Rockin' Around the Christmas Tree”, opgenomen in 1958, stond in 2023 bovenaan de U.S. Billboard Hot 100, waardoor Lee de oudste artiest ooit werd die bovenaan de hitlijst stond en verschillende hitlijstrecords brak. 
Met wereldwijd meer dan 100 miljoen verkochte platen is Lee een van de meest succesvolle Amerikaanse artiesten van de 20e eeuw. Haar Amerikaanse succes in de jaren 1960 leverde haar de erkenning op als Billboard's Top Female Artist of the Decade en een van de vier artiesten die de meeste singles in de hitlijsten hadden staan, na Elvis Presley, de Beatles en Ray Charles. Haar onderscheidingen omvatten een Grammy Award, vier NARM Awards, drie NME Awards en vijf Edison Awards. Ze is de eerste vrouw die zowel in de Country Music Hall of Fame als in de Rock & Roll Hall of Fame wordt opgenomen. In 2023 werd ze door Rolling Stone uitgeroepen tot een van de grootste zangeressen aller tijden.

vrijdag 6 september 2024

CREEDENCE CLEARWATER REVIVAL - BAD MOON RISING 1969

Engels

Creedence Clearwater Revival, meestal afgekort als CCR of gewoon Creedence, was een Amerikaanse rockband die werd opgericht in El Cerrito, Californië. De band bestond uit leadzanger, leadgitarist en voornaamste songschrijver John Fogerty, zijn broer, ritmegitarist Tom Fogerty, bassist Stu Cook en drummer Doug Clifford. Deze leden speelden sinds 1959 samen, eerst als de Blue Velvets en later als de Golliwogs, voordat ze in 1967 Creedence Clearwater Revival werden. De meest productieve en succesvolle periode van de band tussen 1969 en 1971 produceerde veertien opeenvolgende Top 10 singles (waarvan vele dubbele A-kantjes waren) en vijf opeenvolgende Top 10 albums in de Verenigde Staten, waarvan er twee - Green River (1969) en Cosmo's Factory (1970) - de Billboard 200 chart haalden. De band trad op tijdens het Woodstock festival in 1969 in Upstate New York, en was de eerste grote act die getekend was om daar op te treden.
CCR ging eind 1972 uit elkaar na vier jaar succes in de hitlijsten. Tom Fogerty had de band een jaar eerder verlaten en John lag overhoop met de overgebleven leden over zakelijke en artistieke kwesties, wat resulteerde in rechtszaken tussen de voormalige bandleden. John's meningsverschillen met Fantasy Records eigenaar Saul Zaentz leidden tot meer rechtszaken en John weigerde op te treden met de twee andere overgebleven leden van de band - Tom was in 1990 overleden - tijdens Creedence's introductie in de Rock and Roll Hall of Fame in 1993. Hoewel de band nooit publiekelijk herenigd is, blijft John CCR nummers uitvoeren als onderdeel van zijn solo-act, terwijl Cook en Clifford van 1995 tot 2020 optraden als Creedence Clearwater Revisited.
De muziek van CCR blijft populair en is niet weg te denken uit de airplay van de Amerikaanse classic rock radio; er zijn alleen al in de V.S. 45 miljoen CCR platen verkocht. Het verzamelalbum Chronicle: The 20 Greatest Hits, oorspronkelijk uitgebracht in 1976, staat nog steeds op de Billboard 200 en bereikte de grens van 600 weken in augustus 2022. Het is Diamond gecertificeerd door de Recording Industry Association of America (RIAA) voor ten minste 12 miljoen verkochte exemplaren in de VS.

donderdag 5 september 2024

THE PARIS SISTERS - I LOVE HOW YOU LOVE ME 1961

Engels

The Paris Sisters waren een Amerikaanse meidengroep uit San Francisco uit de jaren 1960, vooral bekend door hun samenwerking met platenproducer Phil Spector. De groep bestond uit leadzangeres Priscilla Paris, haar oudere zus Albeth Carole Paris en hun middelste zus Sherrell Paris. Ze bereikten het hoogtepunt van hun succes in oktober 1961 met de hitsingle “I Love How You Love Me”, die nummer 5 werd in de Billboard Hot 100 Chart, en waarvan meer dan een miljoen exemplaren werden verkocht. Enkele andere hits van de groep zijn de Amerikaanse Top 40 single “He Knows I Love Him Too Much” (maart 1962, nr. 34), “All Through The Night” (1961), “Be My Boy” (nr. 56), “Let Me Be The One” (nr. 87) en “Dream Lover” (nr. 91).
De Paris Sisters verschenen in 1962 in de Britse rockfilm It's Trad, Dad! (in de V.S. uitgebracht als Ring-a-Ding Rhythm) geregisseerd door Richard Lester. In de film vertolkten ze het door Spector geproduceerde nummer “What Am I to Do?” Ook zongen de Paris Sisters vroeg in de jaren 1960 de jingle voor Diet Rite frisdrank.
Sherrell Paris diende later als productie-assistent bij The Price Is Right en als de persoonlijke assistent van presentator Bob Barker.
Priscilla Paris overleed op 5 maart 2004 aan de verwondingen die ze opliep tijdens een val in haar huis in Pays de la Loire, Frankrijk. Ze werd 59.
Albeth Paris overleed in Palm Springs, Californië, op 5 december 2014. Ze werd 79 jaar.

DANNY & THE JUNIORS - AT THE HOP 1957

Engels

Danny & the Juniors was een Amerikaanse doo-wop- en rock-'n-rollzanggroep uit Philadelphia. De oorspronkelijke leden van de groep waren Danny Rapp (leadzang), Dave White (tenor), Frank Maffei (tenor) en Joe Terranova (bariton). De band werd opgericht in 1955 en had eind jaren '50 en begin jaren '60 enkele hits. Hun bekendste is At the Hop uit 1957.

De vier bandleden kenden elkaar van middelbare school en traden op op schoolfeesten en andere lokale evenementen. Daar werden ze gespot door een platenproducent die hun koppelde aan een platenlabel. In 1957 namen ze het nummer Do the Bop op, onder de naam Johnny Madara and the Juvenaires. Dat nummer werd onder de aandacht gebracht van mediapersoonlijkheid Dick Clark. Die stelde voor dat de band zijn naam zou wijzigen in the Juniors en liet ze het lied opnieuw opnemen, deze keer met Danny Rapp als leadzanger. Deze versie, At the Hop, werd een lokale hit in de zomer van 1957. In december 1957 kregen ze een telefoontje van Dick Clark om op het laatste moment in te springen voor een no-show band bij het populaire tv-programma American Bandstand, en ze speelden At the Hop voor een nationaal publiek. Nadat ABC Paramount de masteropname had gekocht en in januari 1958 had uitgegeven werd het nummer een grote hit.

Daarna volgden nog enkele hits, eerst bij ABC, later bij Clarks label Swan Records, maar dat werden geen grote hits. Na 1962 haalden ze de Amerikaanse Billboard Hot 100 niet meer . Hoewel de band een aardig aantal singles heeft uitgebracht, zijn er nooit studioalbums uitgebracht. In 1983 werd een compilatiealbum Rockin' with Danny & the Juniors uitgebracht, en later volgde meer compilatiealbums met nagenoeg dezelfde nummers.

Begin jaren '60 verliet White de groep om zich te concentreren op schrijven en produceren. Hij componeerde een aantal hits, waaronder You Don't Own Me voor Lesley Gore en 1-2-3 en Like a Baby voor Len Barry.

De rest van de band probeerde het nog bij Guyden Records, Mercury Records en Luv Records, aangevuld met Franks broer Bobby Maffei, maar nieuw succes bleef uit.

In 1983 overleed Rapp. Terry en White overleden beiden in 2019.

In 2003 werd de band opgenomen in de Vocal Group Hall of Fame.


maandag 2 september 2024

CONNIE FRANCIS - MY HEART HAS A MIND OF IT'S OWN 1961

Engels

Connie Francis stamt uit een Italiaans immigrantengeslacht. Al op jonge leeftijd viel haar muzikale talent op. Haar vader stimuleerde haar om te proberen een carrière in de showbusiness te maken. Al snel leerde zij accordeon spelen en kon daardoor een plaats krijgen in de Amerikaanse televisieserie Startime. De producer George Scheck, later haar manager, adviseerde haar over te stappen op zingen. In 1955 sloot ze een platencontract met MGM Records.

In die tijd had Francis ook een relatie met de later eveneens beroemde zanger Bobby Darin,ook van Italiaanse afkomst. Darin werd voorgesteld aan de dan nog niet bekende zangeres Connie Francis. Bobby's manager zorgde ervoor dat Darin mee muziek kon schrijven voor Connie om haar zangcarrière op te starten. Bobby en Connie werden verliefd op elkaar. Connie had een strenge vader. Zodra hij lucht kreeg van de relatie, stelde hij alles in het werk om het koppel gescheiden van elkaar te houden. Toen hij vernam dat ze elkaar zouden zien na een optreden van Connie, joeg hij Bobby uit het gebouw terwijl hij met een wapen zwaaide. Later zei Connie Francis dat niet trouwen met Bobby Darin de grootste vergissing van haar leven was.

Het duurde tot januari 1958 voordat Connie Francis echt succes kreeg. Dick Clark van American Bandstand zorgde ervoor dat Francis' plaat Who's Sorry Now, een opgefriste rockversie van dit nummer uit 1923, hoog in de Amerikaanse top 10 terechtkwam. Het nummer stond in Engeland in 1958 zelfs zes weken achtereen op de eerste plaats in de hitlijsten. Francis' wereldwijde faam was daarmee gevestigd.

In de periode van 1958 tot 1963 was Connie Francis de populairste popzangeres ter wereld. Zo scoorde zij in Amerika drie nummer 1-hits, in Engeland twee en in Duitsland vier. In die landen had zij daarnaast nog talloze andere top 10-noteringen. Ook was ze zeer populair in onder meer Italië, Spanje, Japan, Indonesië, de Filipijnen, Maleisië, Canada, Mexico, België, Nederland en de Scandinavische landen. Ze heeft opnamen gemaakt in 15 verschillende talen en verkocht tientallen miljoenen platen.

Enkele van haar grote hits zijn "My Happiness", "Stupid Cupid", "Everybody's Somebody's Fool", "Where the Boys Are", "Mama", "Lipstick on Your Collar", "Paradiso" en "Barcarole in der Nacht". Haar veelzijdige talent komt echter vooral tot uiting op haar langspeelplaten met een repertoire variërend van rock en jazz tot country en wereldmuziek.

Naast haar plaatsuccessen waren het vooral de liveconcerten waarmee ze haar bewonderaars in groten getale op de been bracht. In de jaren '60 speelde ze daarnaast in vier films.

Tegen het eind van de jaren zestig begon Francis' succes te tanen. Door een aantal tragedies in haar privéleven en een niet helemaal goed uitgevoerde cosmetische neusoperatie, waardoor ze stemproblemen kreeg, heeft ze haar carrière lange tijd in de koelkast gezet. Tegenwoordig treedt ze nog af en toe live op, voornamelijk in de Verenigde Staten. Deze nostalgische optredens, onder andere in Las Vegas, trekken veel publiek, omdat er nog steeds talrijke trouwe bewonderaars zijn die Francis graag zien en horen optreden.


MUZIEKBOX

KOOS ALBERTS - IK VERSCHEURDE JE FOTO 1984

Nederlands